Zwemsite.nl

DE zwemsite van Nederland

Samenwerking TOCa en omliggende verenigingen

Email dit bericht Print dit bericht

Op de Nationale Speedo Dag in Arnhem was een van de sprekers Titus Mennen, de bondscoach junioren/jeugd van de KNZB. Hij is als bondscoach zeer nauw betrokken bij de structuur die de KNZB de afgelopen jaren heeft neergezet en geïmplementeerd binnen zwemmend Nederland. Deze structuur, ontstaan vanuit het Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen (MOZ), bestaat uit een aantal onderdelen.

Nationale Trainings-Centra (NTCa)
In Eindhoven en Amsterdam zijn de 2 Nationale trainingscentra gevestigd. Hier kunnen de absolute toppers uit Nederland terecht om hun trainingsuren te maken, ondersteund door hoogopgeleide trainers, fysiotherapeuten, bewegingswetenschappers, voedingsdeskundigen en alle mensen die nodig zijn om zo’n goed mogelijk resultaat te kunnen neerzetten. Om in aanmerking te komen voor een plek bij een NTC is aantoonbaar EK-niveau of EK-niveau dat binnen 1 – 2 seizoenen wordt bereikt noodzakelijk, evenals de bereidheid om het programma fulltime te volgen.

Regionale Trainings-Centra (RTCa)
De aanvoer van nieuwe leden aan de NTCa verloopt in de regel via de 4 regionale trainingcentra. Deze zijn gevestigd in Drachten, Amsterdam, Dordrecht en Eindhoven. Als een zwemmer van het RTC voldaan heeft aan de eisen kan hij solliciteren naar een plek in het NTC. Om bij een RTC toegelaten te worden is afhankelijk van de leeftijd een A+ tijd of EJK niveau noodzakelijk.

Talent Opleidings-Centra (TOCa)
Om voldoende aanvoer van talenten naar de RTCa te krijgen is een paar jaar geleden het E.ON-MOZ keurmerk in het leven geroepen. De verenigingen die dat keurmerk hebben gekregen, worden geacht de opstap te bieden voor talenten uit diverse regio’s richting de RTCa.
Sinds kort is de naam E.ON MOZ vervangen door de term E.ON Talent Opleiding Centra (TOCa). Op dit moment bestaat de lijst TOCa uit totaal 15 clubs : WVZ (Zoetermeer), De Dolfijn (Amsterdam), Hellas-Glana (Sittard), DAW-Finenzo (Alkmaar), De Dinkel (Denekamp), Eiffel Swimmers PSV (Eindhoven), DZ&PC (Drachten), MNC Dordrecht (Dordrecht), De Rijn (Wageningen), OZ&PC (Oldenzaal), Trivia (Groningen), De Columbiaan (Voorhout), DWK (Barneveld), Arethusa (Oss) en Z&PC Stadskanaal (Stadskanaal). Daarnaast zijn er nog 6 aspirant leden in ZC Valkenburg (Valkenburg), AZ&PC (Amstersfoort), ZV Orca (Leeuwarden), ZV Hoorn (Hoorn), Aqua Novio ’94 (Nijmegen) en HZ&PC Heerenveen (Heerenveen). Zij krijgen als alles goed is in 2011 een officiële status als TOC.

En de overige verenigingen ?
Al met al staat er nu dus een mooie structuur voor het bovenste gedeelte van zwemmend Nederland, maar in dit verhaal miste nog de lijn tussen de overige 300 verenigingen van Nederland en de TOCa. Wanneer en vooral hoe komen de talenten bij de overige clubs in aanraking met de TOCa ? Hoe zorgt de KNZB er daarbij voor dat er een goede balans is tussen de visvijver (die 300clubs) en de doorstroom van talenten naar de TOCa ?
Daarover wist Titus tijdens de bijeenkomst te melden dat een structuur opgezet wordt waarin de TOCa in eerste aanleg zorg dragen voor een interne, kwalitatief hoogstaande opleiding van eigen talenten. Daarnaast hebben de TOCa een taak om, daar waar gewenst en mogelijk, hun services en faciliteiten aan te bieden ten behoeve van talenten van hun omringende clubs. Op die manier zal er een samenwerking ontstaan tussen de TOCa en de clubs in de omgeving, waarbij van wederzijdse kennisdeling sprake is en de trainers samen die diensten leveren die nodig zijn om talent tot volledige wasdom te laten komen. Daarbij zal behalve op de sporters nadrukkelijk worden ingezet op het technische kader. Immers, als de kwaliteit van de trainers stijgt, stijgt ook de kwaliteit van de trainingen en is de kans dat zwemmers technisch beter zwemmen groter! Ook moet er binnen die samenwerking de mogelijkheid ontstaan voor talentvolle zwemmers om bij de TOCa extra trainingsuren te maken als daar bij hun eigen club geen mogelijkheid voor is. Uiteindelijk moet dan de doorstroom vanuit de kleinere clubs naar de TOCa (en mogelijk RTCa en NTCa) eenvoudiger worden, waardoor meer talent uiteindelijk hun maximale prestatieniveau kan halen.

Scouting en ondersteuning
Een belangrijke opmerking van Titus Mennen in zijn presentatie over deze samenwerking was dat de trainers van de TOCa een taak hebben om actief te scouten. “Als alle TOCa meekijken en voldoende proactief zijn in de richting van talent, is de kans dat we een talent missen, of liever, dat er een talent verloren gaat, klein”. Daarbij hoeven zij, in tegenstelling tot de bondscoach zelf, niet uitsluitend naar tijden te kijken, maar meer naar de zwemmer zelf. Een voorbeeld kan zijn dat een zwemmer met een betere techniek en weinig trainingsuren verkozen wordt boven een snellere zwemmer die zijn prestatie op basis van kracht leverde. Volgens Titus zou bij de een dergelijk scoutingstructuur de trainer van de TOC vervolgens contact op moeten nemen met de trainer van het talent om gezamenlijk te kijken welke services en faciliteiten noodzakelijk zijn om een verdere ontwikkeling van het talent te stimuleren. Dat kan op het gebied van trainingsuren zijn, maar bijvoorbeeld ook door de trainer van het talent te ondersteunen/bij te scholen. “Als talenten al eens samen zouden trainen, is al sprake van vooruitgang”, aldus Mennen.

Positieve aanpak
Tijdens de Nationale Speedo Dag waren de aanwezige ouders en trainers uitermate positief over de geplande samenwerking tussen de TOCa en de omliggende verenigingen. Uiteraard werd daarbij wel de zorg uitgesproken dat er op een zorgvuldige manier omgegaan moet worden met het scouten. Alleen op die manier kunnen alle partijen een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van talent. Door bijvoorbeeld het eerste overleg altijd plaats te laten vinden tussen de trainers van het talent en het TOc en niet door de trainer van het TOC en het talent of zijn ouders, kan voorkomen worden dat de toch al aanwezige spanning tussen grotere en kleinere clubs nog verder vergroot wordt. Verder biedt het beide partijen een kans om eerst training inhoudelijk de toekomst van een talent te bespreken, voordat sentiment een grote rol gaat spreken. Uiteindelijk is het laatste woord natuurlijk wel voor de zwemmer en zijn ouders, maar hopelijk kunnen keuzes dan goed onderbouwd genomen worden. Titus Mennen: “Deze structuur biedt vele kansen. Ik ben ervan overtuigd dat deze structuur successen genereert. Er is één voorwaarde. Ik roep alle trainers op volledig in dienst te staan van de sporter, de sporter op tijd de weg te wijzen naar een TOC of anders en open te staan voor samenwerking met TOCa, RTCa en NTCa. Dat is de manier die leidt naar grote internationale successen”.

Meer informatie over de samenwerking tussen TOCa en omliggende verenigingen zal op redelijk korte termijn beschikbaar komen. Zodra wij meer info ontvangen ziet u het uiteraard verschijnen.


KNZB trainingscentra weergeven op een grotere kaart

Tagged as: , , , ,

Leave a Response