Zwemsite.nl

DE zwemsite van Nederland

Hoofdklasse: 1 op 6 tijden is een vervangende tijd

Email dit bericht Print dit bericht

Voor u gelezenEen paar weken geleden hadden we reeds gemeld dat de vervangende tijden in de competitie een heel stuk sneller waren geworden. In de A-competitie was het verschil tussen de oude en nieuwe vervangende tijden in de eerste ronde meer dan 1000 punten. In de eerste ronde van de competitie bleek dat ook de ploegen in de Hoofdklasse ‘getroffen’ werden door de snellere vervangende tijden, maar hoeveel het precies scheelde was nog onbekend. Gelukkig zijn er in zwemmend Nederland nog meer mensen die ge├»nteresseerd zijn in dit soort zaken en dus lazen we de volgende opmerkingen van Rick Beerendonk op zwemkroniek.com : “Ik was benieuwd naar het aantal vervangende tijden dat de eerste competitieronde nodig was. Totaal waren er 127 vervangende tijden, dat is 17,4% van alle tijden die tellen voor de punten, ruim 1 op 6”.

Beerendonk gaat in op de doelstelling van de KNZB: “Een vervangende tijd mag zeker gevoeld worden, maar mag geen doorslaggevende invloed hebben op het totale resultaat.

Slechts 6x kwam er niemand aan de start waar het toch om punten ging. Naar mijn gevoel zijn voor die 6 starts vervangende tijden genoodzaakt. Als de oplossing hiervoor leidt tot 20x zoveel vervangende tijden schieten we dat doel voorbij. Op 2 nummers waren 2 op de 3 tijden een vervangende tijd. De slechtst scorende programmanummers staan onderaan.

Het puntenvoordeel door vervangingen heb ik ook berekend. De Dinkel verloor twee plaatsen door de snelle vervangende tijden. WZ&PC en Orca profiteerden het meest. Bij Bikkel Hoogeveen en Zeester-Meerval heb ik door soms 0 of 1 zwemmer per nummer niet het juiste voordeel kunnen bepalen (dan heb ik namelijk 0 seconde voordeel gerekend).”

De brongegevens staan het bestand Analyse vervangende tijden.

Tagged as: ,

2 Comments

  1. Vooral schokkend vind ik het aantal vervangende tijden in programma’s 16, 27 en 29.
    Dit zijn 2 minioren programma’s bij de jongens (100wissel en 50vrij!) en 1 junioren programma bij de jongens junioren 2 (100vlinder).
    In die programma’s was meer dan 60% !! van de tijden een vervangende.
    Er is volgens mij bij het opstellen van de vervangende tijden gewoon te weinig/geen rekening gehouden met de fysieke ontwikkeling van zwemmers.

  2. Het idee achter de aanpassingen vond ik wel aardig. In het verleden was een gaatje in je ploeg (geen zwemmer of geen zwemmer met voldoende snelheid) bijna niet meer te repareren met goede prestaties door de zwemmers die wel heel hard gaan. Een ploeg met NK-toppers op 75% van de afstanden en nauwelijks zwemmers op de andere nummers vind ik niet minder sterk in de breedte dan een ploeg met 100% bijna-NK-zwemmers. Met de oude vervangende tijden, maakte die 75%-ploeg weinig kans in de competitie.

    De huidige vervangende tijden lijken echter behoorlijk wat scherper dan nodig om bovengenoemde situatie te voorkomen. De misschien wat doorgeschoten aanpassingen van de vervangende tijden zijn volgens mij een gevolg van het heilige geloof in niveautabellen die de afgelopen jaren op iedere activiteit worden toegepast. Ooit heeft er ergens op deze wereld iemand een formule bedacht om verschillende tijden en afstanden met elkaar te vergelijken. Sindsdien leeft bij de KNZB de overtuiging ‘niveautabel == eerlijk’. Dat zie je ook bij samenstellingen van selecties en vaststelling van NK-limieten.

    Bij Zeester, hebben we de verandering van de vervangende tijden meteen omgezet in een leuk voordeel. Na bestudering van de vervangende tijden hadden we geconcludeerd dat we onze jongens 96 beter met onze nieuwe tweede ploeg konden meesturen. Daar hebben ze uitstekend gescoord. Op de 200 rug in de hoofdklasse zaten de zwemmers van Columbiaan en WVZ allemaal boven de vervangende tijd. Daar hebben we weinig verloren dus.

Leave a Response