Zwemsite.nl

DE zwemsite van Nederland

10 dingen om NIET te doen (2/3) : Ouders

Email dit bericht Print dit bericht

Voor u gelezenGisteren publiceerden we het eerste deel van de drieluik over wat we allemaal niet moeten doen, gericht op de coaches. Daarin werd ook al verwezen naar dingen die te maken hadden met de ouders. Vaak is er een soort haat-liefde verhouding tussen trainers en ouders. Zeker in de Nederland waar vrijwel alle trainers vrijwilligers zijn, gekken die naast 40uur werk voor een baas ook nog tig uur stoppen in hun club en hun zwemmers, is de aanwezigheid en participatie van ouders onmisbaar voor het draaiend houden van een vereniging. Maar naast onmisbaar zijn ze ook met enige regelmaat minder ‘handig’ voor de trainers. De 10 dingen die ouders niet moeten doen :

  1. Van hun kinderen verwachten of zelfs eisen dat ze die andere jongen of dat andere meisje bij houden of voor blijven. Bij jonge kinderen zijn de verschillen enorm, in lengte, kracht, mentale ontwikkeling, watergevoel, motoriek, interesse, doorzettingsvermogen en alles wat er nog meer bij komt kijken om de best mogelijk prestatie te leveren. Het is dus volledig belachelijk om alleen naar de klok te kijken en daar kinderen op af te rekenen. Kinderen moeten zich alleen met zichzelf vergelijken en alleen kijken hoe zij zich ontwikkelen.
  2. Kinderen belonen voor alles wat ze goed doen. Natuurlijk is beloning een onderdeel van de wedstrijdsport, maar voor je het weet is de beloning het enige waarvoor een kind nog zwemt. Het begint misschien met een keer naar de McDonalds voor die gouden medaille bij de clubkampioenschappen, gevolgd door 5 euro voor dat behaalde limiet. De beste beloning is de beloning die de sporter voelt van binnen. De voldoening van hard werken en het kunnen tonen tijdens een race is vele malen mooier en motiverender dan dat kadootje.
  3. Je kinderen part-time coachen. Vlak voor de wedstrijd nog even wat aanwijzingen geven. Nog even dat sprintje klokken bij het inzwemmen en vooral aangeven dat het sneller moet. Wat je wel moet doen ? Alles behalve coachen. Ouders zijn er voor liefde en support, coaches zijn er voor de tactiek, ontwikkeling van techniek, conditie en mentale kracht van de sporter. Bemoei je niet met de trainingen en techniek en de gevolgde tactiek tijdens wedstrijden. Heb je twijfels over een van die onderdelen, bespreek het met de trainer. Bijna altijd is er een achterliggende gedachte die vanaf de tribune of vanuit de kantine niet te zien of horen is. Er is niets erger voor een zwemmer dan 2 kapiteins op het schip en niets leidt sneller tot niets.
  4. Vergelijk je kind met hoe je zelf was en zwom, er is in de afgelopen 20 jaar toch niets veranderd ? Of misschien toch wel. Technieken veranderen continu, net als hoe races ingedeeld worden en hoe trainingen opgebouwd worden. De trainer houdt deze ontwikkelingen in de gaten en past ze zo goed mogelijk toe, gericht op de ontwikkeling van het kind en zijn/haar mogelijkheden op dat moment. Heb je het idee dat het beter kan, overleg dan met de trainer.
  5. Vergelijk de prestaties van een zwemmer met hoe ze waren een aantal jaren geleden. ‘Je was ZO ontzettend goed een paar jaar geleden’. Niets zo demotiverend als continu gewezen worden op het feit dat je ontwikkeling misschien iets minder snel gaat of minder groot is dan verwacht. Kijk naar de persoonlijke records van je kind. Als ze verbeterd worden wijs ze daarop, als ze stil blijven staan, motiveer ze om te blijven zwemmen, te genieten van de vriendschappen die ze opbouwen en hou je mond verder over de prestaties. Laat ze hun eigen ding doen.
  6. Moedig je eigen kind aan alsof je leven er vanaf hangt. Verhoog de spanning door zelf te stressen, ga uit je dak als het goed gaat… of juist niet. Waarschijnlijk zwemmen ze de eerste keer dat je dit doet harder dan ooit, maar is dat omdat ze aangemoedigd worden of omdat ze je er zo snel mogelijk mee op willen laten houden ? Kijk lekker toe, geef vertrouwen, juich inwendig. Als je kind na de wedstrijd bij je komt, vraag wat ze er zelf van vonden, luister en leer. En moedig vervolgens keihard het beste vriendje van je kind aan, dat vindt je kind hoogstwaarschijnlijk fantastisch. (Hopelijk doen de ouders van dat vriendje dat ook bij jouw kind)
  7. Als je kind zich verbetert, ga helemaal uit je dak. Overlaat hem of haar met woorden als fantastisch, ongelofelijk, helemaal te gek en alle superlatieven die je kan verzinnen. Laat je kind weten dat je eigenlijk niet kan geloven dat hij of zij in staat was dit te doen. Hij of zij zal nu geloven dat ze iets hebben gedaan wat ze nooit meer zullen kunnen herhalen. Zorg er juist voor dat de nadruk ligt op het feit dat je kind het bereikt heeft doordat hij/zij goed werk geleverd heeft in de training, goed geluisterd heeft naar de trainer en dus vooruit gaat. Geef het kind het idee dat als je je best doet de prestaties er zullen zijn en zullen blijven komen. Play it cool.
  8. Zorg dat ze nog even een snack hebben voor de race voor wat extra energie. Of nog even een lekker zoet drankje net na het inzwemmen. Suiker zorgt voor een tijdelijke ‘high’ gevolgd door een enorme dip. Dus net op het moment dat ze hun energie hard nodig hebben in de race voelen ze zich lamlendig. En het plannen van die high werkt ook niet, daarvoor zijn er teveel factoren. Zorg gewoon dat ze wat gezonds hebben voor tussendoor, eenĀ  muslireep, ontbijtkoek, banaan, iets met veel koolhydraten en weinig suikers. De ‘high’ komt van zelf door de spanning van de wedstrijd. En zorg dat ze na de wedstrijd nog wat te eten hebben om hun energie aan te vullen.
  9. Bespreek de hele training op de terugweg naar huis en als het even kan nog verder als jullie thuis zijn. Vooral de dingen die de trainer niet goed deed, of wat je kind zelf niet goed deed en als het even kan ook nog wat alle andere kinderen niet goed deden. Het lijkt dan net alsof je je er alles van weet en alles bagger was. Het beste kan je gewoon lekker naar huis gaan, eten en luisteren als je kind zelf begint over de training. Het is de sport van je kind niet die van jou.
  10. EIS resultaten van je kind. Tijden, limieten, klasseringen, finale plaatsen en eis ze vooral NU! Zorg dat de spanning bij je kind nog net wat hoger wordt, zodat ze vooral niet meer kunnen genieten van hun race. Het is een stuk beter om iedere wedstrijd te zien als een mogelijkheid om hard te zwemmen. Een mogelijkheid, meer niet. Je kind mag hard zwemmen, omdat hij/zij dat wil, niet omdat hij/zij dat moet. En iedere wedstrijd is hetzelfde, of het nu clubkampioenschappen, kringkampioenschappen, nationale kampioenschappen of de Olympische Spelen is. Op iedere wedstrijd probeer je je best mogelijke prestatie neer te zetten, ongeacht waar het is, wanneer het is en waar het eventueel om zou kunnen gaan. Heb je het maximale eruit gehaald dan zal je altijd tevreden kunnen zijn met het resultaat.
Tagged as:

Leave a Response